Stadsvilla Sonsbeek – Arnhem

Stadsvilla Sonsbeek - Historisch Landgoed

Park Sonsbeek bestond in de 18de eeuw uit drie afzonderlijke gebieden: de Wildbaan, de Hartgersberg (Hartjesberg) en Sonsbeek. De Wildbaan lag rondom de tegenwoordige Parkweg. De Hartgersberg was gecentreerd rond het terrein waar nu de Sonsbeekvilla staat en het noordoostelijke, richting Apeldoornseweg, en zuidoostelijke, richting Sonsbeekweg, gebied daarvan. Sonsbeek omvatte aan het eind van de 18de eeuw o.a. de gronden rondom de huidige grote vijver, de Jansbeek en de Belvédèreheuvel (het zuidwestelijke en noordwestelijke gebied dus).

In 1742 werd het landgoed de Hartgersberg voor fl 6.000,00 gekocht door de uit Indië (geboren 1723 in Batavia) afkomstige Adriana van Bayen. Zij liet op de Hartgerberg in 1744 door stadstimmerman Anthony Viervant een woonhuis bouwen. De kosten van dit gebouw bedroegen fl 12.000,00. Een enorm bedrag voor die tijd. Als dochter van een rijke Indiëganger was dit bedrag voor Adriana geen probleem. Het huis van Van Bayen is het tegenwoordige middengedeelte van de ‘Witte Villa’, maar dan wel met een veel lagere verdieping. In 1749 trouwt Adriana met mr. Johan Jongbloet, advocaat aan het hof van Gelderland. Dat hun woning nog niet die omvang van tegenwoordig heeft, blijkt als men in 1775 hun woning "het huysje op den berg", wordt genoemd.

Sinds 1790 was het Huis Hartjesberg in handen van Jan Frederik Diemer die het van Gerard Belaerts van Wieldrecht, de schoonzoon van Adriana van Bayen, had gekocht. Waarschijnlijk is het Diemer geweest die in 1797 twee zijvleugels heeft laten aanbouwen. Een zogenaamde koepelkamer aan de achterzijde van het gebouw bestond al in 1790 toen Jacob Gessler de Raadt tijdens zijn 'Gelders Reisje' een bezoek bracht aan Belaerts.  In 1808 wordt het huis opnieuw verkocht. Daniel Ruysch, eigenaar sinds 1797, verkoopt het aan de uit ’s Gravenhage afkomstige baron Theodorus de Smeth, kamerheer des konings. In 1806 had De Smeth, het landgoed Sonsbeek al gekocht. Met de aankoop in 1808 van de Hartgersberg ontstond één nieuw groot landgoed wat de naam Sonsbeek kreeg.

In 1821 kwam het landgoed, voor een bedrag van fl 210.000,00 in handen van Hendrik Jacob Carel Jan baron van Heeckeren van Enghuizen. Onder hem bereikte Sonsbeek zijn grootste omvang: ruim achthonderd hectaren. Ook kocht van Heeckeren van Enghuizen het gebied ten oosten van de Apeldoornseweg (St. Marten en Sonsbeekkwartier), Alteveer, het grootste deel van het huidige Burgemeesterskwartier en de gronden de Waterberg, die zich tot aan de Koningsweg uitstrekten.
De Smeth ging vanaf 1808 in het huis op de Hartgersberg wonen. Ook H.J.C.J. van Heeckeren van Enghuizen koos de Hartgersberg als woonplaats en laat het huis vergroten.